De Sageocratie wordt soms weggezet als een abstracte utopie, losgezongen van de realiteit van organisaties. Toch vinden verschillende van haar principes een directe weerklank in praktijken die zich al bewezen hebben: corporate governance. Onafhankelijke adviesraden, ethische commissies, beslissingen die evenzeer op deskundigheid als op het aantal stemmen berusten — het zijn mechanismen die serieuze organisaties dagelijks gebruiken, zonder dat iemand er een bedreiging voor de democratie in ziet.
Een in het bedrijfsleven reeds aanvaard principe
Een goed bestuurde onderneming vertrouwt haar strategische beslissingen niet toe aan de loutere stem van haar talrijkste aandeelhouders. Zij steunt op organen waar ervaring en oordeelsvermogen even zwaar wegen als representativiteit: raad van bestuur, auditcomité, ethische commissie. Een alledaags voorbeeld maakt het concreet: de ethische commissie van een groot farmaceutisch bedrijf kan de lancering van een winstgevend product stopzetten omdat er een risico is vastgesteld dat in de verkoopcijfers onzichtbaar is. Er vond geen stemming van aandeelhouders plaats — het is de deskundigheid, in dienst van een kader gesteld, die besliste. De Sageocratie stelt eenvoudigweg voor deze logica, in de economische sfeer al aanvaard, uit te breiden naar de schaal van maatschappelijke keuzes.
Deskundigheid en legitimiteit staan niet tegenover elkaar
Het meest gehoorde bezwaar plaatst deskundigheid tegenover democratische legitimiteit, alsof de een de ander noodzakelijk bedreigt. Corporate governance laat echter zien dat een kader beide kan verenigen: aandeelhouders kiezen, maar het zijn gekwalificeerde organen die de meest complexe beslissingen verhelderen en afwegen. Men zal terecht tegenwerpen dat dit bestuur soms faalt — schandalen, kortetermijndenken, gekaapte raden. Dat klopt, en juist daarin ligt de les: het faalt telkens wanneer het door een privébelang wordt ingepalmd, wanneer deskundigheid alleen nog de winstmaximalisatie dient. Niet het principe staat ter discussie, maar het doel ervan. De Sageocratie behoudt het instrument — de door oordeelsvermogen verlichte beslissing — en verandert waaraan het dient: niet langer het belang van aandeelhouders, maar het algemeen belang.
Een logica om uit te breiden, niet om uit te vinden
Deze verschuiving van doel maakt het project tastbaar. Op de schaal van een stad zou het lijken op een orgaan van mensen die erkend zijn om hun integriteit en ervaring, belast met het verhelderen van een zwaarwegende beslissing — de inplanting van een infrastructuur, een keuze die de lange termijn bindt — zonder de gekozenen te vervangen, maar door te waarborgen dat geen enkel wezenlijk belang opzij is geschoven om electorale redenen. De Sageocratie vraagt dus niet om een ongekend model uit te vinden: zij past, ten dienste van allen, een logica toe die de bedrijfswereld al voor haar eigen doeleinden heeft beproefd — en corrigeert daarbij wat haar daar soms ontspoort.